Hoe ziet de Osteopaat het lichaam?

Hoe ziet
De osteopaat onderzoekt en behandelt drie bewegingssystemen:
  • ° het pariëtale of musculoskeletale systeem;
  • ° het viscerale systeem;
  • ° het craniosacrale systeem.

Het Pariëtale systeem is het ons bekende bewegingsapparaat (hoofdzakelijk bewuste bewegingen,denk aan benen, spieren, gewrichten). Een geblokkeerd (slecht bewegend) gewricht geeft pijn. We kunnen dan bijvoorbeeld onze rug niet meer strekken of de knie buigt niet meer voldoende omdat de gewrichtsvlakken niet meer in hun normale positie “uitgelijnd” staat. Het gevolg is een verkeerd 'gewrichtsspel'. Dit kan de oorzaak zijn van bijvoorbeeld slijtage en steeds terugkerende pees- en spierproblemen bij sporters.

Voor het herstellen van een storing als gevolg van dit verkeerde 'gewrichtsspel' heeft de osteopaat een groot aantal technieken tot zijn beschikking. Hij kan hiermee de beweeglijkheid van wervels en botstukken herstellen. Hierdoor zal de bewegingsuitslag van gewrichten groter worden en de weefsels rondom de botstukken zullen ontspannen.

De keuze van het soort techniek en de intensiteit van de techniek zal hoofdzakelijk bepaald worden door het al dan niet aanwezig zijn van een structureel letsel (fout in de structuur van het weefsel).  

Het Viscerale systeem zijn de structuren die omgeven zijn met bindweefsel. Door dit bindweefsel loopt de bloed- en lymfevoorziening en de bezenuwing. De beweging en de elasticiteit van dit systeem is afhankelijk van een aantal factoren, bvb de ademhaling. Het middenrif (de belangrijkste ademhalingsspier) voert bij elke ademhaling een pompfunctie uit die de bloedsomloop stimuleert en het bindweefsel in borst- en buikholte elastisch houdt. Aangezien heel wat bindweefsel in de borst- en buikholte zijn aanhechtingspunt vindt op de bindweefsels rond het bot- en spierstelsel kan het de beweeglijkheid van deze laatste ook belemmeren. Door deze verbindingen is het dus best mogelijk dat een elasticiteitsverlies van het buikvlies de rugspieren prikkelt, zodat hierdoor bvb. lage rugpijn kan ontstaan.

Het Craniosacrale systeem omvat de interactie tussen de schedelbotstukken, het ruggenmerg omgeven door het ruggenmergvlies (dura mater) waaruit de zenuwen aftakken, en het heiligbeen in het bekken. Belangrijk hierbij is dat deze structuren in relatie staan met elkaar door de fixatiepunten van het ruggenmergvlies op de schedelbasis en de bovenste 2 nekwervels enerzijds en het heiligbeen en de onderste lage rugwervel anderzijds. De elasticiteit van dit geheel zorgt voor een goede druk op het hersen- en ruggenmergvocht dat zo constant wordt gehouden. Bewegingsbeperkingen op deze niveaus kunnen zorgen voor een overdruk op het hersen- en ruggenmergvocht wat bvb. hoofdpijnen kan veroorzaken.

Er is een voortdurende wisselwerking tussen de bewegingen van de drie systemen. Normale lichaamsbewegingen houden ook de elasticiteit van het bindweefsel in de borst- en buikholte in stand en zorgen voor een goede doorstroming van doorbloeding en de lymfe, een goede doorgankelijkheid van de bezenuwing en een goede druk op het hersen- en ruggenmergvocht. Verminderde weefselbeweeglijkheid leidt daardoor tot verzuring en vervuiling van de weefsels waardoor deze pijnlijk worden, hun functie verliezen én het zelfherstellend vermogen van ons lichaam afneemt.

Soms neemt dit dermate toe dat er een ontsteking op volgt. Een ontsteking moet dan gezien worden als een soort heftige poging tot genezing van het lichaam: de doorbloeding in de betreffende regio neemt dermate sterk toe om de schadelijke stoffen kwijt te raken, dat de structuur warm aanvoelt, opzwelt en pijnlijk wordt waardoor er zich op die plaats een functiebeperking voordoet. Als het lichaam zelf niet in staat is dit te herstellen, zal een osteopaat proberen om de elastciteit in die weefsels die hiermee gerelateerd zijn te verbeteren. Als deze ontsteking te hardnekkig blijft zal hij u doorverwijzen naar een arts.

Klachten kunnen ook ontstaan wanneer er bewegingsblokkades optreden in of tussen de systemen. Het lichaam zal zelf proberen deze blokkades te compenseren, c.q. op te heffen. Gewoonlijk lukt dat, maar niet altijd.We zien vaak dat klachten niet daar ontstaan waar de primaire oorzaak zich bevindt en dat er een aanzienlijke periode (soms zelfs jaren) kan bestaan tussen de oorsprong en de klacht waarvoor de patiënt zich laat behandelen.

  • • Een enkelblessure kan jaren later rugpijn of hoofdpijn veroorzaken.
  • • Een val op het staartbotje kan na verloop van tijd migraine of duizeligheid veroorzaken.
  • • Een tangverlossing kan bij kinderen, leer-, gedrags- of motorische stoornissen tot gevolg hebben.
  • • Buikoperaties kunnen naar verloop van tijd rugpijn, hoofdpijn, nek- schouderpijnen veroorzaken.
Copyright (c) Osteogeert. Alle rechten voorbehouden.